Een geschiedenis van 75 jaar...
en meer



F.R. Barnes
A history long 75 years...
and beyond
 


F.R. Barnes
Une histoire de 75 ans...
et plus

(traduction suivra)

F.R. Barnes
Francis Barnes, founder of the Rhodesian Ridgeback Club (source: The Parent Club archive)
Het ras, vandaag gekend als Rhodesian Ridgeback, werd vastgelegd in 1922 dank zij de passie en het onophoudelijke door-zettingsvermogen van Francis Richard Barnes. B.W. Durham, een bevoorrechte getuige van die tijd, schreef over hem enkele jaren later in een artikel voor de South Africa Kennel Union Gazette (Dec. 1950) het volgende:

De belangrijkste, zoniet de enige, verant-woordelijke om de rasstandaard herkend te hebben gekregen bij de Zuid-Afrikaanse Kennel Unie is Mr. F.R. Barnes of Figtree - toen wonende in Bulawayo. Ik herinner mij dat in 1922 Mr. Barnes verschillende eigenaars van 'Ridgeback' of 'Lion Dogs', zoals ze toen genoemd werden, aanzocht om met hun honden naar de bijeenkomst te komen van de Bulawayo Kennel Club Show in een poging om een standaard samen te stellen met de bedoeling die later door de 'S.A. Kennel Union' te laten herkennen. De reaktie moet bevredigend geweest zijn. Een groot aantal bezitters kwamen opdagen en meer dan 20 honden werden geshowd. Ik was als uitgenodigde aanwezig. Bij de honden kwamen alle typen en formaten voor, van wat we als te klein uitgevallen Deense Dog zouden kunnen bestempelen tot een kleine Bull Terrier, en alle mogelijke kleuren, rode en bruin gevlekte overheersend. De initiatiefnemer wist de samengekomen leden ervan te overtuigen, met algemeen akkoord, dat, wilde men in de toekomst het ras blijvend kunnen beschermen er een club moest wor-den opgericht. Mr Barnes vroeg toen ook naar suggesties om een standaard te kunnen samenstellen. De eigenaars waren wat terughoudend, iedereen was er natuurlijk van overtuigd dat zijn hond het correcte type was. Ten lange laatste was er toch een aanwezige met enige kennis van het ras die onder de aanwezige honden er een exemplaar uitkoos die als model kon staan voor grootte en gestalte, een ander exemplaar voor kop en nek, een derde voor poten en voeten. Door een vijftal dieren te combineren slaagde hij erin een ideaalbeeld samen te stellen waarvan hij dacht dat daar naar gestreefd moest worden. Een paar dagen daarna stelde Mr. Barnes een standaard op, werd er een club gesticht. De standaard werd aangenomen en op een paar latere aanpassingen na geld deze vandaag nog steeds.

Noteer dat de aanwezige 'met enige kennis van het ras', Durham was, de toen enige 'alle-rassen-keurder' in Rhodesië. Naast Barnes namen Durham en Mr. C.H. Edmonds deel aan het opstellen van de standaard, deze laatste was toen Senior Dierenarts Chirurg in Zuid Rhodesië.

Honden met een kam
voor het eerst in Rhodesië


Maar laten we 50 jaar teruggaan, naar Eer-waarde Charles Helm die in Matabeleland leefde op het eind van de 19de eeuw, het zuidelijk deel van Rhodesië (het huidige Zimbabwe), tot 1980. Helm bestuurde de missie 'Hope Fountain', niet ver van de kraal van de Matabelekoning Lobengula, waar jaren later de stad Bulawayo zou ontstaan. In 1879 bracht hij twee honden met een ridge mee van het district Swellendom naar zijn huis. De honden noemden Lorna en Powder. De missie was gevestigd op een kruispunt en stopplaats voor de vele reizigers die door het gebied trokken, waaronder een aantal 'witte jagers' op groot afrikaans wild, olifanten en leeuwen.
The breed today known as Rhodesian Ridgeback was established in 1922, thanks to the passion, constance and drive of Mr. Francis Richard Barnes. Let's follow the words of Mr. B.W. Durham witness of those days, as he told about them some years later in an article for the South Africa Kennel Union Gazette (Dec. 1950):

The chief, if not the sole, credit of getting the breed standardised and recognised by the S. A. Kennel Union, is due to Mr. F. R. Barnes of Figtree - then resident in Bulawayo. I think it was in 1922 that Mr. Barnes circularized the many owners of 'Ridgeback' or 'Lion Dog', as they were beginning to be known, and asked owners to bring their dogs to the meeting to be held on the second day of the Bulawayo Kennel Club Show to endeavor to formulate a standard with the object of later recognition by the S. A. Kennel Union. The response must have been gratifying to the convener. A large number of owners attended and well over 20 dogs were paraded. I attended by invitation. These dogs were of all types and size, from what would be regarded as an undersized Great Dane to a small Bull Terrier; all colours were represented - reds and brindles predominating -. The convener addressed the gathering and there was general agreement that a club to further the interests of the breed be formed. Mr. Barnes then asked for suggestions as to the standard to be adopted. Owners were reluctant to come forward, each naturally thinking his the correct type. Finally a spectator with some knowledge of the breed took a dog and suggested that that size and configuration be adopted, then chose another specimen for its head and neck, a third for legs and feet, and, making use of some five different dogs, built up what he considered to be aimed at. A few days later Mr. Barnes compiled the standard, a club was formed, Mr. Barnes' standard adopted and this, with some later amendments and alterations is the standard in use today.

It must be noticed that the witness 'with some knowledge of the breed' was Durham himself, at the time the only 'all breeds" judge in Rhodesia. Beyond Barnes, Durham and Mr. C. H. Edmonds took part in the drawing up of the standard, the latter senior Vet Surgeon for South Rhodesia at the time.

Crested dogs arrive in Rhodesia

But let's go 50 years back, to rev. Charles Helm who lived in Matabeleland at the end of last century, the southern region of today's Zimbabwe, Rhodesia up to 1980. Helm ran the mission of Hope Fountain, not far from the kraal of the Matabele king Lobengula, where years later the city of Bulawayo was to be founded. In 1879 he brought two ridged dogs from the Swellendam district, to his new house. The dogs were Lorna and Powder. The mission was located at a crossroad and stop place for the many travelers crossing the region, among whom a number of 'white hunters' after big african prey, elephants and lions.
 
The Rev Charles and Mrs Helm, undated (source: First Steps in Civilizing Rhodesia, Boggie)
Cornelius van Rooyen

Een van Helm's bezoekers was Cornelius van Rooyen die in Mangwe woonde, slechts 90 km. ten zuiden van 'Hope Fountain', en een van de bekendste ragers in die tijd. Hij was gefascineerd door Helm's honden en vroeg hem ze te mogen gebruiken voor een kruising met zijn eigen honden. Het resultaat waren honden met ridges die dichter bij Van Royen's jachthondenideaal kwamen. Hij ging er mee door en verbeterde de resultaten. Zijn honden werden bekend als de 'Van Rooyen dogs'. Velen hadden een ridge. Vandaag beschouwen we deze 'White Hunters' (ook dankzij de film) als mannen van middelbare leeftijd, denk aan Michael Douglas of Stewart Granger, met een enorme kennis en ervaring. In 1879 huwt Helm 'Nellis' van Rooyen (hij was toen al een jager met faam) met Maria Margaretha Vermaak; Nellis was 19 jaar en Maria 14!
Francis R. Barnes, die toen in Bulawayo woonde, kreeg zijn eerste hond met een ridge in 1910 van Mr. Graham Stacey, de eigenaar van een boerderij nabij Figtree, die op zijn beurt zijn honden van Van Rooyen had. Zo werd de cirkel tussen Helm en Barnes gesloten door Van Rooyen. De Rhodesian Ridgeback is dus het resultaat van de inspanningen van jagers, fokkers en toegewijde mensen die er in geslaagd zijn honden zo te kruisen dat ze het beste van sommige Europese rassen wisten te mengen van o.a. de ierse terrier, de deense dog, de pointer, de grayhound en de bulldog - niet dezelfde als die vandaag, maar een groter en beweeglijker soort van rond het einde van 1800 -, met de rassen die in Rhodesië al bestonden voor de Europeanen aankwamen. We zijn nu zover dat we de vraag kunnen stellen: waar komt de 'ridge', het opvallendste kenmerk van het ras, eigenlijk vandaan?

De Khoikhoi hond

Bijna met zekerheid van de Hottentotten - Khoikhoi, noemen ze zichzelf. De Khoikhoi waren de stammen die in het gebied van Kaap De Goede Hoop woonden toen de Europeanen daar aankwamen. Zij waren van het gebied rond de Grote Meren afkomstig, een paar eeuwen vroeger. Samen met hun ossen en schapen waren ze ook vergezeld van hun honden die een middelbare gestalte hadden, 45 cm hoog waren, puntige oren, een ridge op de rug en een ongelooflijk temperament hadden. Wakers en jagers. Dit soort hond was wijd verspreid in het gebied, en daarom is het waarschijnlijk dat zij zich met Europese hon-den kruisten en op die manier de ridge doorgaven.
Cornelius van Rooyen

Among the people visiting Helm's house there was Cornelius van Rooyen who lived in Mangwe, only 90 km. south of Hope Fountain, and one of the most famed hunters at the time. He was hit by Helm's dogs and asked him for crossing them with the dogs of his own pack. This breeding resulted in more rigdged dogs closer to the hunting needs of van Rooyen. He continued to breed and improve his dogs which started to be known as 'van Rooyen dogs'. Many had a ridge. Today we are used to figure out the 'White Hunters' (thanks also to the movies) as middle aged people, just like Michael Douglas or Stewart Granger, full of wisdom and experiences. In 1879 rev. Helm married 'Nellis' van Rooyen, when he was already a renowned hunter, with miss Maria Margareta Vermaak: Nellis was 19 years old and Maria 14!
Francis R. Barnes, then living in Bulawayo, obtained his first ridged dog in 1910 from Mr. Graham Stacey, owner of a farm nearby Figtree, who had his dogs from van Rooyen. So the circle was closed between Helm and Barnes, through van Rooyen. Hence the Rhodesian Ridgeback is the result of the efforts of hunters, breeders and dedicated people who have managed to cross dogs and get the best out of some European breeds like the irish terrier, grand danes, pointer, grayhound and the bulldog - not the same of today's, but taller and more agile at the end of 1800 -, with the breeds already existing there when the Europeans arrived. At this point it is time for the question: where does the 'ridge', the distinctive mark of the breed, come from?

Khoikhoi dog

Almost certainly from the Hottentots - Khoikhoi, as they called themselves. The Khoikhoi was the population the first Europeans found when they landed in Good Hope Cape region. The Khoikhoi had come from the Great Lakes Region some centuries before and, along with the big horned oxes and fat tailed sheep, they took with them in their migration a small-medium sized dog, 45 cm., pricked ears, a ridge on the back and a terrible temperament. Guardian and hunter. This dog was widespread in the region, so it is likely to have mixed with European dogs, thus passing the ridge, that unique characteristic, to their offspring.
 
Hottentot tribesman, with ridged hunting dog
De oprichtring van de Rhodesian Ridgeback Club (van Rhodesië) - De 'Parent Club'

Een paar dagen na het opstellen van de standaard stichtten Barnes en enkele vrienden de 'Rhodesian Ridgeback (Lion Dog) Club' gevestigd in Bulawayo. Op 29 december 1924 probeerde de club het ras te laten aanvaarden door de 'South Africa Kennel Union' (SAKU, vandaag KUSA, Kennel Union of Southern Africa ), maar dat mislukte. Het was pas in 1926, op 4 februari, dat de aansluiting werd aanvaard en het ras onder de naam Rhodesian Ridgeback door SAKU werd herkend. Het was een van Barnes' wensen dat de naam van het ras tegelijk de afkomst en het meest karakteristieke kenmerk van het ras zou bevatten. Enkele hadden liever als naam 'Lion Dog' gewild, vooral in Zuid-Afrika.
The foundation of the Rhodesian Ridgeback Club (of Rhodesia) - The Parent Club

A few days after writing the standard Barnes and some friends founded the Rhodesian Ridgeback (Lion Dog) Club sited in Bulawayo. On 29 December 1924 the club tried to have the breed recognised by the South Africa Kennel Union (SAKU, today KUSA, Kennel Union of Southern Africa), but unsuccessfully. It was only in 1926, February 4, that the affiliation was accepted by SAKU and the breed recognised as Rhodesian Ridgeback. This had been a point in Barnes' wishes: that the new breed had a name which would acknowledge the country of origin and its distinctive mark at the same time. Many others would have liked the name 'Lion Dog', in South Africa in particular.
 
Francis Barnes at Eskdale, circa 1940 (source: The Parent Club archive)
Het prille begin van het nieuwe ras

Barnes registreerde zijn honden op 16 maart 1926, zes stuks waaronder Eskdale Dingo, geboren op 15 meo 1915 uit Lion en Como. Barnes gaf de naam Eksdale zowel aan zijn kennel als aan zijn boerderij nabij Figtree. In die jaren werden de fundamenten van het ras gelegd, en de karakteristieken en kwaliteiten van het ras Rhodesian Ridgeback, zoals we dat vandaag bewonderen, is rechtstreeks afkomstig van deze pionier fokkers.
First steps of the new breed

Barnes registered his dogs (6) on 16 march 1926, among them there was Eskdale Dingo, born on 15 May 1915 from Lion and Como. Barnes adopted the Eskdale name for both his kennel and his farm near Figtree. The foundation of the breed was laid in these years, and the characteristics and the qualities of the breed we admire today in the Rhodesian Ridgeback come to us from those first breeders.
 
Mrs Barnes with Eskdale Leo (source: Eskdale album lodges at NAZ)
Enkele kennelnamen die we vandaag in sommige stambomen tegenvinden:
Avondale
van Mr. T. Kedie-Law in Rhodesië
Drumbuck
van Mrs. L. M. Dickson een van de oprichters van de Club
Eskdale
van Mr. Barnes
Khami
van Mr. G. Stacey
Kumalo
van Miss M.J.S. Vigne
Munemi van Captain B.L. Miles,
die vele jaren met de Club samenwerkte
Revelston
van Mr. D. R. Keith in Swaziland
Rhodian
van Mr. A. J. Walker, beroemd onwille van zijn jachtmeute
Sandvelt
van Captain R. R. Dendy-Rawlins
Sipolilo
van Arthur 'Tractor' Smith
Umvukwe
van Miss Ainslie
Viking
van Mr. Vernon H. Brisley, wellicht de grootste fokker die het meest het ras beïnvloed heeft in die jaren
The kennels we find in today's pedigree belong to those years:
Avondale
of Mr. T. Kedie-Law, Rhodesia
Drumbuck
of Mrs. L.M. Dickson who was among the founders of the Club
Eskdale
of Mr. Barnes
Khami
of Mr. G. Stacey
Kumalo
of Miss M.J.S. Vigne
Munemi
of Captain B.L. Miles, who collaborated with the Club for many years
Revelston
of Mr. D. R. Keith, Swaziland
Rhodian
of Mr. A. J. Walker, famous for his hunting pack
Sandvelt
of Captain R. R. Dendy-Rawlins
Sipolilo
of Arthur 'Tractor' Smith
Umvukwe
of Miss Ainslie
Viking
of Mr. Vernon H. Brisley, probably the greatest among the breeders of the time and the one who influenced the most the breed in those years.
 
Eskdale Dingo bred by Graham Stacey (source The Parent Club archive)
Vernon Brisley and Viking dogs Ginger, Bones, Towser and Queenie (source E. Wessels)
Het ras verspreit zich verder

Tussen 1930 en 1949 verspreidt de Rhodesian Ridgeback zich over gans Zuid-Afrika. Tijdens de Britse overheersing heerst er een gemakkelijk leven in de regio: geen grenzen, een algemene euforische stemming, de perceptie van gepriviligeerde burgers te zijn en een algemene hoge welvaartstandaard waar de blanken van genieten. De oorlog is ver weg. Het is in deze context dat het ras zich beves-tigd en stabiliseerd. Rond deze tijd ontstaan de eerste kwaliteitskennels die gerund worden door toegewijde en ervaren fokkers en gepassioneerde liefhebbers.

Onder de belangrijkste kennels noemen we:
Drumbuck
van Mrs. A.M. Smithwick
Leo Kop
van Miss Mabel Wellings, een van de belangrijkste uit die tijd die veel heeft bijgedragen tot een aantal bloedlijnen van vandaag
Lions Den
van Mrs. D. E. Strickland die vele jaren in de commissie van de 'RR Club of Rhodesia' werkte, tot haar terugkeer naar Engeland in 1950
De Holi
het voorvoegsel van de esperanto-naam van Major T. C. Hawley. Hij was niet alleen een bekend fokker maar ook een historicus met zijn boek The Rhodesian Ridgeback
Gazeley
van J. B. Bocock, die in 1947 met fokken begon
Inkabusi
van Mrs. I. Kingcome in Salisbury, Rhodesië, haar echtgenoot, dr. Martin King-come, bestudeerde de dermoid sinus en gaf raadgevingen aan de Rhodesian Ridgeback Club teneinde de ziekte pogen te bestrijden
Meyendell
van Mrs. M. Mooiman in Sandown, Transvaal (RSA).
The breed spreads out

From 1930 to 1949 Rhodesia Ridgeback spread all over Southern Africa. Under the British Crown ruling the region life is easy: there are no borders, there is a widespread enthusiasm, the perception of being privileged citizens and a general welfare in which the white population participates. When the war arrives it is anyway far. It is in this context that the breed establishes and consolidates. In this period first quality kennels establish, run by dedicated and experienced breeders and passionate people.

Among the most important kennels: Drumbuck of Mrs. A.M. Smithwick
Leo Kop
of Miss Mabel Wellings, one of the most important of the time which much contributed to today's bloodlines
Lions Den
of Mrs. D. E. Strickland who worked for many years in the committee of the RR Club of Rhodesia, till she went back to England in 1950
De Holi
the affix with an Esperanto name of Major T. C. Hawley. He was a famous breeder and also a historian of the breed with his book The Rhodesian Ridgeback
Gazeley
of J. B. Bocock, who started breeding in 1947
Inkabusi
of Mrs. I. Kingcome fom Salisbury, Rhodesia, her husband, dr. Martin Kingcome, carried out studies on the dermoid sinus and suggested recommendations to the Rhodesian Ridgeback Club in order to defeat it
Meyendell
of Mrs. M. Mooiman from Sandown in Transvaal (RSA).
 
Dorothy Strickland with one of her Ridgebacks (source Nick Strickland)
Het gevestigd ras

De volgende jaren zijn van fundamenteel belang voor het definitive aanvaarden van het ras. Enkele kennels slagen erin hun stempel te drukken op de pedigrees van de daaropvol-gende generaties. De meest gezaghebbende was wellicht de kennel GLENAHOLM van Mrs. Phyllis McCarthy, Pitermaritzburg, Natal, opgericht in 1951. Deze kennel is vandaag, na 46 jaar, nog altijd aktief en wordt nu geleid door Mrs. McCarthy's dochter, Loraine Venter, Honeydew Transvaal.
The breed establishes

These years are of fundamental importance for the definitive affirmation of the breed. Some kennels will in fact produce subjects that left their mark in the pedigrees of next generations. The most authoritative perhaps was the kennel GLENAHOLM of Mrs. Phyllis McCarthy, Pitermaritzburg, Natal, founded in 1951. This kennel is still active today, after 46 years, run by Loraine Venter, Honeydew Transvaal, Mrs. McCarthy's daughter.
 
Mrs Phyllis McCarthy and husband (source Laurie Venter Glenaholm RR)
McCarthy Twins with Ch Glenaholm Dido and Glenaholm Cleopatra (source Laurie Venter)
Maar ook andere kennels droegen bij:
Isimangamanga
van Mrs. J. B. S. Yeates die rond de jaren 50 begon
Mindemoya
van Mrs. F. H. A. Pritchard in Bulawayo
Rockridge
van Mrs. Howard in Johannesburg
Thornbury
van The Greens in Johannesburg
Maxwood
van Mr. S. Cawood in Honeydew, Transvaal
Mpani
van Mrs. Mylda Arsenis in Salisbury, Rhodesia.

Mrs. Mylda Arsenis was een aktieve liefheb-ster van het ras, zowel als fokker en als lid van 'The Parent Club' waar ze lange tijd funk-ties vervulde. Ze fokte haar eerste nest in 1964. In 1979 verhuisde ze naar Zuid-Afrika. De tussenliggende jaren waren een moeilijke periode voor Rhodesië en als gevolg ook voor de fokkers. Belangrijke gebeurtenissen mondden op 18 november 1965 uit in een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring tegen het Britse bewind, en een lange periode van bur-geroorlog brak aan. De oorlog was er de schuld van dat vele kennels verdwenen en andere uitweken naar Zuid-Afrika. De oorlog eindige in 1980 met de onafhankelijkheid onder de naam Republiek Zimbabwe. Deze gebeurtenissen waren een zware slag voor de Rhodesian Ridgeback in Rhodesië zelf. Het was pas vele jaren na het beëindigen van de oorlog dat het ras zich kon herstellen.
Een van de belangrijkste bijdragen hiertoe werden geleverd door Margaret en Sammy Wallace van Harare (het vroegere Salisbury) met hun kennel Mushana. Zij zijn gestart in 1968 en hebben tot op vandaag buitengewone RR's voortgebracht en uitgevoerd over de ganse wereld die we in vele lijnen van grote kampioenen in vele landen terugvinden.
Buiten hun aktiviteiten als fokkers werepen de Wallaces zich ook op als behoeders van de rastraditie en 'kultuur' door hun bemoeienissen binnen de 'Parent Club' waarvan zij respectievelijk secretaris en voorzitter zijn. Sammy Wallace is daar bovenop ook nog Internationaal keurder, specialist van het ras.
Tot slot moeten we ook nog volgende belangrijke kennels noemen: Shangara van Mrs. en Mr. Megginson. Zij bezochten Zuid-Afriika in het midden van de jaren '70 voor een korte vakantie, maar vandaag wonen zij nog steeds in Verwoerdburg in Transvaal, waar ze RR's fokken. Onder de vele uitzonderlijke RR's die ze fokten bevindt zich o.a. 'Paco', Shangara Checheni, 'RR van het jaar' in 1980, 81,82,83,84,85, winnaar van 105 BOB, misschien wel een van de meest volmaakte RR's ooit.

Besluit

In feite is er geen besluit: want de geschie-denis van het ras, zijn fokkers en bewonde-raars loopt nog steeds door. Deze korte his-torie had tot doel een schetsmatig beeld te geven van de inspanningen van vrouwen en mannen die, soms hun hele leven lang, zich inzetten voor een wondermooi ras. Deze historische schets eindigt niet op vandaag: de recente jaren liggen nog te kort bij, maar het is wel belangrijk te beseffen dat ook nu, van-daag, in vele landen, gepassioneerde men-sen, in de geest van Francis R. Barnes, gedreven bezig zijn met het ras Rhodesian Ridgeback.

© (Copyright) 1999, Sandra Piscedda
© Vertaling 2006, Antoon De Vylder

Tekst en foto's mogen gebruikt worden mits vermelding van de oorspronkelijke bronnen.
But other kennels greatly contributed:
Isimangamanga
of Mrs. J. B. S. Yeates who started breeding in the 50s
Mindemoya
of Mrs. F. H. A. Pritchard in Bulawayo
Rockridge
of Mrs. Howard in Johannesburg
Thornbury
of the Greens in Johannesburg
Maxwood
of Mr. S. Cawood in Honeydew, Transvaal
Mpani
of Mrs. Mylda Arsenis in Salisbury, Rhodesia.

Mrs. Mylda Arsenis was an active supporter of the breed, both as a breeder and as a member of The Parent Club where she held various offices. She had her first litter in1964. In 1979 she moved to South Africa. These years are quite difficult for Rhodesia and as a consequence for the breeders in the country. In fact momentous events were to occur when the white population claimed on 18 November 1965, with unilateral declaration, the inde-pendence from the British Commonwealth, and a long and difficult time of civil war started. The war caused several kennels to disappear and others to move to South Africa. The war finished in 1980 with the declaration of independence of the Republic of Zimbabwe. This period was a serious blow for the Rho-desian Ridgeback in Rhodesia, and only after several years since the end of the war the canine heritage of the country could be rebuilt.
In this respect a fundamental contribution is certainly due to Margaret and Sammy Wallace from Harare (formerly Salisbury) with their kennel Mushana. They had started breeding in 1968 and up to today they have produced outstanding RRs exported all over the world and present in the lineage of the best champions in many countries.
Beyond their activity as breeders the Wallaces have also acted as the guardian of the tradition and 'culture' of the breed with their action within The Parent Club of which they are respectively Secretary and President. Sammy Wallace also is international judge of the breed.
Finally among the important kennels it must be mentioned Shangara of Mrs. and Mr. Megginson. They arrived in South Africa in the mid-70s for a short holiday. Today they still live in Verwoerdburg in Transvaal, where they breed RR. Among the many outstanding RRs they bred there is 'Paco', Shangara Checheni, RR of the year 1980, 81, 82, 83, 84, 85, winner of 105 BOB, and perhaps one of the most complete RR ever seen.

Conclusions

Actually there is no conclusion: for the History of a breed, its breeders and lovers never ends. This short history aims at sketching out the effort of women and men who devoted part -sometimes all their lives, to a wonderful breed and wonderful friends. This history does not arrive to today: the very recent years are too close, but it is always important to re-member that at present there are people in the world who, following Francis R. Barnes' lesson, breed, protect and love Rhodesian Ridgebacks.

© (Copyright) 1999 by Sandra Piscedda


Text and photos may be reproduced with acknowledgment of the source